IranLange reis 2016-2017

Verzorgingsstaat Iran

posted by Vandeketting 26 augustus 2016 2 Comments
Iran

Van ons voornemen om rond 6 uur op de fiets te zitten en zo in elk geval een deel van de dagafstand bij een draaglijke temperatuur af te leggen komt weer eens niets terecht. We logeren bij een grote familie waarvan de kinderen al lang naar Teheran of elders zijn uitgevlogen, maar die ’s zomers gedurende drie maanden met hun gezinnen de hitte ontvluchten en terugkomen naar hun ouderlijk huis in de heuvels ten oosten van Tabriz. Een kleindochter heeft haar kamer afgestaan en slaapt nu bij een aantal andere vrouwen. De man van dat gezin moest dan weer wijken en ligt onder een deken op het tapijt in de huiskamer. Voor het ontbijt is een buurmeisje geregeld dat wat Engels spreekt. Met zoveel goede zorgen zou het wel erg onbeleefd zijn om er in alle vroegte tussenuit te knijpen. Nu wordt het een late start, want na het ontbijt worden we door de zoon die ons gisteren tot twee keer toe uitnodigde meegenomen op excursie naar een mooie vallei in de omgeving van het dorp. We beklimmen er paar wild verweerde rotsen, maken een vuur om thee te zetten en wisselen wat gebarentaal uit met een oude herder en zijn vrouw. Terug in het dorp worden we als een trofee getoond aan alle buren die we in de stoffige straten langs de ommuurde huizen tegenkomen. Met spijt moeten we de lunch afslaan, want dan is het zo weer twee uur later en dan komen we helemaal nergens meer vandaag. Acht uur later dan gepland vertrekken we uiteindelijk voor de 85 km naar Meyaneh.

Eigenlijk hadden we de logeerpartij gisteren nogal bot afgeslagen. We waren van plan om ergens langs de rivier waar we langs reden te kamperen, maar in het dorp ervoor sprak een man ons aan en nodigde ons uit om bij zijn familie te komen overnachten. Ook prima, dachten we, en we spraken af dat we achter hem aan zouden rijden. De rit ging over een brug over de rivier en daar veranderde ons plan. Aan de oevers was het een drukte van belang met tientallen families die op grote tapijten zaten te picknicken. Het zag er erg gezellig en bovendien ging de weg rechtdoor flink omhoog, dus we besloten snel om toch maar hier te blijven. De man in de auto was teleurgesteld, maar hij snapte het ook wel. We namen afscheid en reden het veld langs de rivier in op zoek naar een plek voor de tent. Ver kwamen we niet: na tien meter had de eerste familie ons te pakken en stond erop dat we een glas thee zouden meedrinken. Dat werd een zit van ruim een uur. Eén van de meisjes sprak goed Engels en ze introduceerde haar familie: oma, haar ouders, haar zus, twee ooms en tantes en nog twee nichtjes. De vrouwen zijn vooral nieuwsgierig en vragen ons de oren van het hoofd over het leven in Nederland en wat wij vinden van Iran. De mannen willen liever plezier maken en na een potje armdrukken en dadels en meloenen eten stoppen ze een USBtje in de radio van een auto en even later schallen de melancholische klanken van Azerische volksmuziek over het terrein (etnische Azerbeidzjanen maken in noordwest Iran het grootste deel van de bevolking uit). De mannen gaan klappend en zwierend los in een Turks aandoende dans. De vrouwen kijken geamuseerd en ook een beetje jaloers toe: in het openbaar dansen is één van de verboden waar vrouwen in Iran mee moeten leven. Als de familie na ruim een uur huiswaarts keert zoeken wij snel een wat rustiger plekje op, daarbij zo vriendelijk mogelijk alle fluitende, roepende en zwaaiende uitnodigingen vanaf de andere kleden afwimpelend. Zo makkelijk komen we daar echter niet mee weg, want ze komen één voor één bij ons langs voor een praatje, een selfie en om chips, soep en kebab te brengen.

Kampeerders zijn het helaas niet en aan het eind van de dag zijn we nog de enigen. Waarschijnlijk kunnen we hier prima blijven, maar toch raden alle Iraniërs die we spreken af om op afgelegen plekken te kamperen. In parken of op een grasveldje in dorpen of steden vinden ze wel prima en daar wordt ook niet vervreemd van opgekeken; vaak wordt het zelfs gefaciliteerd met bewaking en sanitair. We breken dus toch maar op en rijden terug naar het dorp. De mogelijkheden daar vallen wat tegen. Als we staan te twijfelen bij een kaal veldje pal langs de grote weg horen we opeens getoeter. Onze vriend van vanmiddag is terug en vraagt of we nu wel meegaan. Hij regelt zelfs een klein pick-up truckje om de fietsen de heuvel op (en nog 15 km verder) te vervoeren. Het is al ruim na half tien als we bij het huis van zijn familie aankomen, maar evengoed wordt er nog gekookt en zitten we een paar uur met de hele familie op de tapijten en de kussens op de grote veranda op de binnenplaats.

Als we eindelijk weer op de fiets zitten is de dag op z’n heetst en we kiezen de schaduw van een garage in aanbouw in een klein dorp als schuilplaats voor een korte drinkpauze. Het duurt niet lang of iemand komt vragen of alles goed gaat en niet veel later komen hij en zijn vrouw terug met een fles met diepgevroren water, een brood en een zak perziken. Bij de volgende stop op een parkeerplaats worden we meteen gevolgd door een echtpaar dat erop staat dat we bij hen om de hoek wat komen drinken. Dus zitten we even later op het tapijt van hun binnenplaats, overladen met fruit en koude vruchtendrankjes. En in gezelschap van opa die het duidelijk naar zijn zin heeft en losbarst in een paar gloedvolle liederen. Ik neem er één op en het blijkt hilarisch materiaal voor volgende ontmoetingen waar het wordt herkend als een woestijnklassieker: een soort variant van een schuin zeemanslied. Het wordt onderhand krap om Meyaneh te halen en een overnachtingsplek te vinden, dus we nemen afscheid en proberen nu toch wat afstand af te leggen. Dat lukt, tot een auto naast ons komt rijden en de bestuurder, liggend over zijn pook, ons vraagt om even te stoppen. Dat zijn we inmiddels gewend. Gebeurt meermalen per dag en meestal willen ze dan op de foto met ons en de fiets. We gebaren dat het al laat is en dat we willen doorrijden, maar hij houdt vol. Vooruit, even dan, en het eind van het liedje is dat we worden uitgenodigd om bij de familie van zijn oom, die ook in de auto zit, te overnachten. De familie wordt telefonisch op de hoogte gebracht en we spreken af dat de mannen aan het begin van de stad op ons wachten en dan voor ons uit rijden om de weg te wijzen – nog een hele kunst in het inmiddels schemerdonker en met het drukke stadsverkeer. Opnieuw zorgt onze komst ervoor dat het huis op z’n kop staat. Twee Engelssprekende nichtjes zijn gekomen en blijven ook logeren. Die moeten samen met de vrouw en dochter des huizes in het kleine kamertje van het zoontje slapen, want natuurlijk is de grote slaapkamer voor ons ontruimd. Geen sprake van dat wij onze matjes ergens anders neerleggen. Er wordt gekookt, en in Iran is dat is een tijdrovend proces, zodat de arme vrouw van het gezin uren in de keuken staat terwijl de rest lekker zit te kletsen en foto’s te bekijken.

En zo gaat het maar door. Zeker als we fietsen wordt overal gevraagd of we hulp nodig hebben, wordt ons eten en drinken toegestopt en worden we uitgenodigd te blijven eten of slapen. Ons notitieboekje puilt uit van de telefoonnummers van mensen die we tegenkwamen en die we kunnen bellen als we iets nodig hebben, en verschillende van hen bellen ons daadwerkelijk een paar keer terug om te vragen of alles nog in orde is. Gaan we in op een uitnodiging, of nemen we iemands hulp aan, dan zijn we verzekerd van een avond- of dagvullend programma met volledige verzorging en inschakeling van familie en vrienden.

Zoals in Marand tijdens onze tweede avond in Iran. We fietsten een paar dagen met een Zwitsers stel dat we in Armenië hadden ontmoet. Waar Ingrid gelukkig in Turkije een luchtig tuniek en hoofddoek had gevonden, had de Zwitserse onderweg van iemand een dik zwart gewaad en bijbehorende zware hoofdbedekking gekregen. Ze kookt bijna in de schroeiende zon. “That’s a very bad gift”, foetert een moderne Iraanse die we in Marand tegen het lijf lopen. Ze wil graag helpen iets beters te vinden, en de avond met ons doorbrengen, maar is op weg naar een college. Net op dat moment stopt een auto daarin de manager van het benzinestation waar we vanmiddag onze lunchpauze hadden gehouden. Snel overleg tussen de twee volgt en de pomphouder krijgt een set instructies mee om ons naar de juiste winkels te brengen. We spreken af dat we de aardige dame om 8 uur treffen bij het hotel. Vervolgens op pad met de pomphouder. Die slaat alle goede raad in de wind en neemt ons mee naar de kledingwijk in de drukke bazaar in de wijk die hij kent. Helaas heeft de arme vrijgezel geen idee van de psyche van de winkelende vrouw en dat de vervulling van alle objectieve wensen (effen, dun, maat M, beetje los model) nog niet betekent dat het kledingstuk ook in de smaak valt. Na 10 vruchteloze winkelbezoeken besluiten we hem uit zijn toenemende wanhoop te verlossen en vragen zijn hulp bij een simpel klusje: de aanschaf van een Iraanse SIM-kaart. Helaas blijkt het minder eenvoudig dan gedacht. Als buitenlanders kunnen we niet terecht bij de telefoonwinkels die in elke straat te vinden zijn. Als we uiteindelijk de plek hebben gevonden waar het wel kan blijkt er een uitgebreid registratieproces aan vast te zitten, inclusief de handtekening van een Iraniër als garantstelling voor fatsoenlijk gedrag en eventuele schulden. Onze nieuwe vriend tekent zonder morren en vraagt ons alleen de kaart niet aan anderen door te geven maar hem te vernietigen zodra we het land uit zijn. We verwachten dat hij nu wel genoeg van ons heeft, maar nee. We worden meegenomen voor een kop thee met zijn vader achter de smalle toonbank van de een klein reparatiewinkeltje voor sieraden. Vervolgens rijden we een stuk de stad uit en eten een paar geroosterde maiskolven bij één van de standjes langs de uitvalswegen. Tenslotte bezoeken we een oom en zijn familie nog wat verderop en schuiven aan bij een picknick bij maanlicht in hun tuin vol fruitbomen. Het is 11 uur als we met een kebab onder de arm in ons hotel worden afgezet. Daar worden we opgewacht door het meisje waar we eigenlijk mee hadden afgesproken. Witheet is ze. Niet op ons, maar op de man die net zijn vrije avond voor ons heeft opgeofferd. Gelukkig kunnen we nog een half uurtje theedrinken, samen met haar moeder, want, hoewel al ruimschoots volwassen, mocht ze zo laat niet meer alleen over straat.

Zoveel aandacht maakt reizen in Iran leuk, maar ook intensief. We zijn dan ook blij als we af en toe gewoon samen in de tent kunnen slapen. Dat was het plan op de dag dat we ergens tussen twee steden zouden uitkomen, zonder veel voorzieningen ertussenin. Op zoek naar een kampeerplek klopten we aan bij een ambulancepost van de Rode Halve Maan, de Islamitische poot van het Rode Kruis. We vroegen of we achter het gebouwtje onze tent konden opzetten. Dat was prima, zeiden ze, maar we mochten ook gewoon binnen slapen… Dus aten we onder het toeziend oog van de Opperste Leiders aan de muur mee met de vijf ambulancebroeders en verbaasden ons over hun metamorfose daarna toen ze hun broekspijpen oprollen, een luide mix van Oosterse en Westerse muziek opzetten en al dansend en water smijtend het kot schoonboenden voor de volgende shift die hen de volgende dag kwam aflossen. Voor de volgende avond spraken we af met één van hen die ons samen met zijn vriendin nachtelijk Zanjan liet zien met een efficiëntie die ons alleen nooit zou lukken: bazaar, moskee en islamschool, picknick op de flanken van de bergen rond de stad, en het labyrint van straatjes van een gewone woonwijk waar onder andere net een onfortuinlijk schaap het leven liet ter zegening van iemands nieuwe auto of huis.

Op de Nederlandse ambassade ontmoetten we een oudere zwemcoach uit Shiraz die de verblijfsvergunning voor zijn dochter in Nederland kwam verlengen. Mochten we plannen hebben om naar de dichtersstad te komen dan waren we van harte welkom in zijn huis. Nou, eigenlijk hadden we net voor de volgende dag een treinkaartje geboekt, dus dat kwam wel goed uit. Toen we aankwamen kwam hij ons ophalen in een geleende taxi. Hij had zijn werkrooster omgegooid en kon de hele dag met ons op stap en ons de hele stad laten zien. In de bazaar kwamen we vrienden tegen die ons uitnodigden voor de lunch en in hun huis hielden we een uitgebreide siësta, inclusief een uurtje slapen op de bank. Na afloop voegde hun dochter zich bij ons voor de rest van de tour, want die vond het wel gezellig om mee te gaan. De volgende dag deden we het nog eens dunnetjes over met een bezoek aan de prachtige restanten van het oud-Persische Persepolis (500 v Chr) en voordat we op de nachtbus naar Isfahan stapten picknicken we samen met de vrienden van gisteren en honderden andere Shirazi op een kleed langs één van de drukke uitvalswegen van de stad.

Zoveel grenzeloze gastvrijheid, zoveel kijkjes achter de voordeuren, het maakte het reizen door Iran een onvergetelijke ervaring. En dan was er tenslotte nog één die alles overtrof: onze nieuwe vriend Arash in Teheran. Zijn krap 50 m2 grote appartement was gedurende ruim twee weken onze uitvalbasis tijdens onze visajacht voor Centraal Azië en China. Als we er waren sliepen we in zijn bed en hij op een matrasje naast de keuken. Hij nam ons mee op een nachtelijke klim en bivak onder de sterren op de hellingen van Mount Tochal. We gingen eten bij zijn beste vriend en diens vrouw en kwamen pas om half vijf ’s morgens weer terug. Met een andere vriend brachten een lang weekend door in een vakantiehuis aan de Caspische Zee. Terwijl wij in Shiraz en Isfahan waren zorgde hij dat onze nieuwe velg werd gespaakt en toen we uiteindelijk moesten vliegen (dat leggen we de volgende keer uit) regelde hij dozen voor de fiets en vervoer naar het vliegveld. Op onze laatste avond samen vroeg hij of hij een beetje aan de verwachtingen had voldaan als nieuwe Warmshowers host…

“Iran, is dat niet gevaarlijk? “, vroegen sommigen toen ze van onze plannen hoorden. Ja, een beetje wel, weten we nu. Je loopt het risico dat je je meegebrachte dollars niet kwijt kunt. Dat al je andere klusjes naast het fietsen blijven liggen (blog ). Dat je een schuldgevoel van jewelste opbouwt omdat je al die goede zorgen nooit kunt terugbetalen, ook al omdat veel landen Iraniërs zelf nog steeds maar moeilijk visa geven om zelf te kunnen reizen. We houden het dan maar bij onderstaande collage als dank voor alle mooie momenten en als eerbetoon aan een bijzonder volk.

You may also like

2 Comments

Ewout 26 augustus 2016 at 06:55

Wow, wat een bijzonder verhaal! En zo ver weg van onze manier van leven. Wat leer je veel over je eigen land als je dit meemaakt. Tnx voor mooie blog

Reply
Johnny Joosse 26 augustus 2016 at 16:41

Ha, wat ik vermoedde klopt: in die landen weet men nog wat gastvrijheid is.

Succes met het vervolg van deze reis. Ik blijf jullie volgen.

Je neef 😉

Reply

Leave a Comment