ChinaLange reis 2016-2017

China: Go West, Go East, Go South

posted by Vandeketting 19 oktober 2016 0 comments
Kashgar

“Go west, man, go west.”Als hij het zou verstaan zou ik het de kok die me zojuist een heerlijk bord met groenten, kip en dikke noedels heeft gebracht willen toeroepen. We zijn net een paar uur in China en aangekomen in de “administratieve grensstad” Ulugqat. Ingrid’s darmen hebben in stijl afscheid genomen van Centraal Azië door nog maar eens op te spelen en zij is in de hotelkamer achtergebleven met een tros bananen, een kilo druiven en een paar risicoarme dim sums. Mijn ingewanden zijn vandaag in orde en het verlangen van mijn maag, en vooral mijn hoofd, naar een fatsoenlijk maal hebben me de straat op gedreven. Ver hoefde ik niet te zoeken, want zodra ik de deur uitliep kon ik kiezen uit talloze kleine restaurantjes of dampende stalletjes langs de straat. Op goed geluk liep ik een eenvoudig tentje binnen waar al wat mensen zaten, wees naar een schotel op één van de tafels die er wel lekker uitzag en bestelde hetzelfde. Er volgde wat gehak in de open keuken, het vuur rond de wok laaide hoog op en luttele ogenblikken later laafde ik me aan de smakelijke, voedzame en veilige maaltijd waar we de afgelopen weken in Tadzjikistan zo naar hadden uitgezien.

“Waarom stopt dit eigenlijk bij de grens?”, vraag ik me af als de eerste honger is gestild. We kwamen in Tadzjikistan genoeg Chinezen tegen die daar werkten aan een nieuw hoogspanningsnet of andere infrastructuurprojecten en talloze Chinese trucks reden de wegen stuk die andere landgenoten wellicht later weer mogen opknappen. Dus waarom verlaten niet een paar van de restauranthouders de felle concurrentiestrijd hier om, zeg eens per 50 km, een noedeltent op te zetten langs de Pamir Highway? Succes gegarandeerd, lijkt me, al is het maar vanwege de stroom uitgehongerde fietsers die zich daar massaal op zullen storten. Dat had ik graag geadviseerd aan de aardige restauranthouder, maar ja, leg het maar eens uit in gebarentaal.

De volgende dag is Ingrid gelukkig beter en kunnen we op weg naar Kashgar. We rijden over de oude verbindingsweg. Die heeft zijn functie inmiddels grotendeels verloren aan de nieuwe snelweg zodat we lekker rustig kunnen peddelen over toch nog goed onderhouden asfalt. Op 20 km voor Kashgar loopt onze weg plotseling dood op de snelweg en volgens de borden mogen fietsers daar niet op. Op de gps-kaart staan en Google maps staan geen alternatieven, dus we weten het even niet. De politieagent die de oprit bewaakt blijkbaar ook niet, want hij zwaait ons soepel door. Als je maar op de vluchtstrook blijft is er ook niets gevaarlijks aan. Op de fietspaden in Kashgar is het meer opletten, want daar wemelt het van de elektrische scooters die je niet hoort aankomen.

Kashgar is een leuke stad waar we drie dagen blijven. We dwalen door de straten met elegante huizen met veel houtsnijwerk en kleine winkeltjes, verleidelijk streetfood en wijken gegroepeerd rond specifieke ambachten zoals metaalbewerking, brommerreparatie of alternatieve medicijnen. We struinen over de enorme en drukke bazaar waar we vooral onze ogen de kost geven aan het twijfelachtige voedselaanbod, maar ook ons zakmes kunnen laten slijpen en wat kleine items van onze boodschappenlijst kunnen afstrepen (pen, bandenplak, wasmiddel, reservemoertjes). Verder gebruiken we de dagen vooral om te luieren en bij te eten. Volgens de weegschaal die we eindelijk vonden is Ingrid inmiddels 11 kilo lichter dan toen we vertrokken, ze is ook spieren kwijt en ze blijkt botten te hebben waarvan ik het bestaan nog niet eerder had opgemerkt – kortom, het is tijd voor een dieet met als doel snel weer wat gezonde kilo’s erbij te kweken. Geen vervelende opgave, en in China al helemaal niet.

Naast een prettige, gezellige stad is Kashgar ook een beetje een buitenbeentje in China. Het ligt ver weg in het westen van het land, dichter bij Teheran dan bij Beijing, en heeft vanouds sterke banden met Centraal Azië. De oorspronkelijke bewoners zijn de Oeigoeren en zij kwamen de afgelopen jaren in het nieuws vanwege een aantal separatistische aanslagen, ook in de bazaar van Kashgar. Onderliggende reden is de gevoelde achterstelling en overvleugeling door de Han Chinezen die zich sinds het midden van de vorige eeuw steeds meer in de provincie hebben gevestigd. Het risico is nog niet geweken en er is dan ook veel beveiliging aanwezig, zoals politieposten op drukke kruispunten, bewakers en metaaldetectoren in hotels en winkels, camera’s op straat en een vliegveldachtige controle bij het treinstation. Ook het feit dat je China pas 150 km na de grens echt binnenkomt heeft daarmee te maken. De formele grens met Kirgizië ligt bovenop een ruim 4000 meter hoge pas. Daar vindt een eerste controle van paspoort, visum en bagage plaats, maar vervolgens moet je over een transitweg naar Ulugqat waar je pas de benodigde stempels krijgt en verder het land in kunt. Fietsers mogen het tussenstuk niet zelfstandig afleggen en zijn aangewezen op taxi’s tegen woekerprijzen.

Tenslotte ligt Kashgar aan de rand van de enorme Taklamakan woestijn, na de Sahara de grootste zandvlakte in de wereld. Dat is nu niet het meest interessante terrein om te fietsen en daarom besluiten we zo’n 3000 km oostwaarts te reizen met de trein. Hoewel het een vakantieweek is en we waren gewaarschuwd dat het lastig zou zijn om tickets te krijgen lukt het om via Internet een reservering te maken. Zelfs voor een gewilde “hard sleeper”, een driehoog stapelbed, zodat we gedurende de 35-urige reis twee nachten liggend kunnen slapen. We hadden Lanzhou, in het noorden en ongeveer halverwege China in oost-westelijke richting, op het oog als herstartpunt. Dat is echter een miljoenenstad en waarschijnlijk niet zo prettig om uit te fietsen, dus we kozen de kleine provinciestad Yongdeng, één halte en 100 km noordelijker als bestemming voor de treinreis. Die beslissing valt een beetje ongelukkig uit, in elk geval in combinatie met onze vergissing om ervan uit te gaan dat de zeldzame Chinees die Engels spreekt dan ook wel zal weten waar die het over heeft. Een aardig meisje in de hostel in Kashgar wist zeker dat ingecheckte bagage met dezelfde trein zou meereizen. Mooi niet dus. Toen we onze fiets en tassen gingen inleveren bleek dat die op apart transport gingen en pas na vijf of zes dagen zouden aankomen. Die hadden we dus beter vooruit kunnen sturen tijdens onze dagen in de Kashgar. Nu moesten we drie dagen wachten in Yongdeng, waar niet zo veel anders te doen is dan nog meer luieren en werken aan onze aandikkuur.

Na een week niet fietsen zijn we blij als we weer kunnen opstappen voor wat voelt als de start van de tweede helft van onze reis. Tot Kashgar hadden we een grove planning van route en tijd, daarna eigenlijk helemaal niet, behalve dat we in zuidoost Azië willen zijn als het elders te koud wordt. Voorlopig reizen we zuidwaarts door de provincies Gansu, Sichuan en Yunnan. De eerste dagen rijden we veel langs de Gele Rivier, één van de grote stromen van China die hier in de buurt ontspringt (Bruine Rivier zou trouwens toepasselijker zijn). Veel inwoners behoren tot de Hui minderheid, net als de Oeigoeren moslims. We zien dan ook veel moskeeën, met als bizar hoogtepunt de stad Linxia waar er meer dan 100 staan en we er nog diverse meer in aanbouw zien. Grappig zijn de verschillende bouwstijlen: sommige zijn herkenbaar met glimmende, goud, zilver of paars gekleurde koepels als omgekeerde kerstballen, andere lijken meer op Oosterse tempels met omhoog krullende daken, of zelfs op kerken met torens in plaats van een minaret, waarbij alleen de vorm van de ramen en de sokkel met de halve maan de werkelijke functie verraden.

Verder zien we nadrukkelijk de “Go West” strategie van de Chinese overheid in actie. Was mijn tip aan de noedelmaker uit Ulugqat maar een onbenullig gedachtenspinseltje, het megaprogramma om China’s westelijke provincies versneld te ontwikkelen wordt gevoed door jaarlijkse budgets van honderden miljarden die vooral in enorme infrastructuurprojecten worden gestopt, met de verwachting dat dit economische groei en migratie naar deze gebieden zal opleveren. En hoewel we dus op de kaart in het midden van China zijn is dit zo’n beetje de westelijke grens van wat serieus bewoond is, dus het programma krijgt momenteel vooral hier zijn beslag. We rijden over prachtige wegen die zo nieuw zijn dat er nog geen plaatsen aan liggen en waar dus ook nog nauwelijks verkeer over rijdt. We komen door Yongjing, nu een bescheiden stad waar aan de rand tegelijkertijd misschien wel honderd helwitte torenflats uit de grond worden gestampt. Als ik goed tel en reken moeten die plaats kunnen bieden aan een paar honderdduizend nieuwe Yongjingers, een ware bevolkingsexplosie vergeleken met de huidige omvang. In Linxia, de stad van de moskeeën, lijkt zelfs een hele nieuwe stad te worden aangelegd naast het oude centrum, inclusief parken, openbare voorzieningen en nieuwe riante onderkomens voor de brandweer, verkeerspolitie en andere diensten. Ook het landschap wordt aangepakt: bergen worden terrasgewijs afgegraven en geëgaliseerd om landbouw mogelijk te maken, de Gele Rivier wordt op verschillende plaatsen afgedamd om waterreservoirs te maken en hydro-elektriciteit op te wekken, de daarbij ondergelopen huizen worden op de nieuwe oevers vervangen door nieuwbouw. Het is een duizelingwekkend programma. Werkelijk overal zie je wel bouwactiviteiten aan de gang, tijdelijke cementfabriekjes en onderkomens voor arbeiders, vrachtwagens die af en aan rijden. Je kunt je bedenkingen bij hebben bij zo een rigoureuze aanpak, de economische resultaten op macroschaal schijnen nog niet helemaal naar wens te zijn en op plekken waar het werk in uitvoering is is het niet fijn toeven. Maar toch, als we vanuit de plattelandsgebieden en dorpen waar nog meer traditioneel geleefd en gewerkt wordt zo’n nieuwe stad inrijden, dan is het toch wel een grote stap naar een moderner leven en kunnen we ons goed voorstellen dat het voor degenen die dankzij de nieuwe mogelijkheden die stap kunnen maken een grote vooruitgang is.

Wij vertrekken inmiddels elke dag met muts, dikke handschoenen, thermoshirt, twee broeken en soms een regenjas. De winter is voelbaar in aantocht. Wij houden voorlopig dus maar vast aan onze Go South strategie. Op zoek naar het mooie weer.

You may also like

Leave a Comment